Op naar het geluk
Er wordt aangebeld. Er staan
drie heren voor de deur.
Waarmee
kan ik u van dienst zijn,
vraag ik vriendelijk.
Wij zoeken het geluk,
antwoorden zij in koor.
Ik ben verbaasd: waarom
juist bij mij?
Maar ik laat niets merken. Het
is goed, zeg ik,
ik wijs u de weg.
Ik nodig ze binnen,
geef ze instructies, en
laat ze uit door de achterdeur.