Jennifers pop

 

 'Mama', zei de pop. Jennifer drukte haar stevig tegen zich aan en liep de statige trap af. Vanuit de salon klonk de gedecideerde stem van haar moeder: 'Met de keuze van je kleding kun je niet voorzichtig genoeg zijn, vandaag de dag. Phil's smokings laten we altijd door een kleermaker in Zwitserland maken, die maakt de mooiste smokings, onéindig veel mooier dan wat je hier kunt kopen.' Ze sprak het uit op de minachtende toon van iemand die weet dat wat hier vandaan komt, inferieur is.
   'O ja, gelijk heeft u', klonk het vermoeide antwoord van een vrouwenstem.
   Jennifer kon uit de stem niet opmaken wie het was, maar dat verbaasde haar niet: haar ouders ontvingen veel gasten. Zakenrelaties van haar vader en, als haar moeder ze kon strikken voor een van haar diners, mensen uit 'de society'. Jennifer wist niet beter.
   Toen zij geboren werd, negen jaar geleden, was haar vader al een vermogend man geweest en hield haar moeder zich al bezig met haar ontvangsten. Haar vader was directeur-eigenaar van een groot bouwbedrijf, dat hij in amper vijftien jaar tijd helemaal zelf had opgebouwd, iets waar hij erg trots op was. Eigenlijk het enige waar hij trots op was. De grote villa waarin zij woonden, en de dure auto's, de gala-avonden en concerten waarvoor hij die Zwitserse smokings nodig had, het zei Phil allemaal niets, hij liet het zich allemaal maar door Deirdre aanleunen. 'Ik beslis over het zakelijke gedeelte van ons leven en mijn vrouw over het sociale', zei hij weleens. Een uitspraak die om zijn boerse bekrompenheid door Deirdre niet erg werd gewaardeerd. Ondanks al haar pogingen Phil een 'culturele opvoeding' te geven, kon hij nooit vergeten dat hij als een gewone arbeider was begonnen. En Deirdre had héél wat pogingen gedaan! Ze had geen gelegenheid onbenut gelaten Phil enig cultureel besef bij te brengen, en zijn smokings werden intensief gebruikt, maar alle pogingen waren vruchteloos geweest. Deirdre kon nog door de grond zakken van schaamte als ze terugdacht aan die avond van de Beethovenrecital van een beroemde pianist, nu gelukkig al jaren geleden.
   Het was een gelegenheid waar 'iedereen' was. Phil en zij hadden prominente plaatsen. Zoals wel vaker tijdens een concert, had Phil zijn ogen gesloten en was in een lichte slaap gesukkeld. Deirdre had daar nooit iets van gezegd, Phil mocht van haar slapen, zolang het maar niemand opviel. Maar dit keer was er iets onverwachts gebeurd. Het was tijdens 'Für Elise'. De pianist had de zaal in vervoering gebracht met zijn luchthartig aandoende, maar toch berekende aanslag, en na een robuust aangeslagen akkoord was Phil ontwaakt. Heel even had hij aandachtig geluisterd en toen was er een trotse blik van herkenning in zijn ogen verschenen. Met een ruk was hij overeind gekomen en in spontane blijdschap had hij uitgeroepen: 'Maar dit kén ik!'
   Deirdre had zich maanden niet meer in de concertzaal durven vertonen. Daarna had ze Phils culturele opvoeding maar gelaten voor wat die was en zich er mee tevreden gesteld dat hij zo gezeglijk meeging naar al die gelegenheden.
   'Ah Jennifer, ben je daar eindelijk?' zei Deirdre toen ze Jennifer met haar pop in de deuropening zag staan.
   Behalve haar ouders waren er nog zes andere mensen in de kamer; Jennifer kende ze geen van allen. Ze gaf iedereen netjes een handje en hield daarbij de pop op haar linkerarm, zodat het iedere keer als ze zich vooroverboog, net leek of deze een revérence maakte.
   'O Jennifer, leg toch alsjeblieft die afschúwelijke pop weg', zei haar moeder.
   Maar Jenniffer antwoordde met een resoluut 'Nee!' En terwijl ze op een hoge stoel ging zitten, zodat haar voeten de vloer maar nauwelijks raakten, zette ze de pop vastbera­den en uitdagend op schoot. Deirdre drong niet verder aan, ze wist dat het zinloos zou zijn. Jennifer was een gezeglijk meisje, maar aan haar pop mocht je niet komen, dan werd ze furieus. Als dat ding er nu tenminste nog behoorlijk uit had gezien....
   Ze hadden Jennifer de pop drie jaar geleden cadeau gedaan, op haar verjaardag. Of was het met Kerstmis, Deirdre kon het zich niet meer goed herinneren. In ieder geval waren Jennifer en de pop vanaf dat moment onafscheidelijk. Zozeer zelfs, dat het iets zieks had, vond Deirdre. Ze had al eens voorgesteld de pop om te ruilen voor een nieuwe, maar Jennifer had de pop woest omklemd en heel hard 'Néé!' geschreeuwd, alsof ze hem met geweld van haar wilde afnemen. Toch moest er iets aan gebeuren, vond Deirdre, want de pop zag er werkelijk niet meer uit; wat moesten de mensen van haar denken?! Wanneer je de pop achterover hield, zodat hij 'Mama' zei, wilden de oogjes niet meer dichtvallen, zodat hij je ook 'slapend' met een starre blik bleef aanstaren. De kleertjes waren smoezelig en gescheurd en Jennifer accepteerde geen nieuwe. Het felblonde haar was rafelig, de armpjes en beentjes waren bekrast en de borstkas had een onher­stelbare deuk opgelopen toen Jennifer eens in het park door een valse hond was aangevallen. Niet alleen de pop was toen beschadigd, Jennifer zelf was er ook niet zonder kleerscheuren vanaf gekomen: ze had een flinke schram op haar dijbeen gehad en haar jurk was gescheurd. Maar Deirdre moest toegeven, dat het die keer een gelukje was geweest dat Jennifer de pop bij zich had gehad, want anders had het er wel eens lelijker kunnen hebben uitgezien. Vanaf die dag had Deirdre Jennifer verboden in het park te spelen.
   Eigenlijk zou ze een kindermeisje moeten hebben, maar toen het Deirdre vorig jaar eindelijk was gelukt een betrouwbaar meisje te vinden, was al snel duidelijk gewor­den dat Jennifer niets van haar moest weten; ze had zich nóg meer op de pop gericht. Ze had hem zelfs een naam gegeven: Jennie! Deirdre's koosnaampje voor Jennifer zelf nota bene!
   Maar verder was Jennifer een lief meisje. Op school haalde ze goede cijfers - ze was alleen een beetje stil, hadden haar onderwijzers gezegd - en ze was altijd beleefd tegen het bezoek; aan tafel was ze werkelijk heel welopgevoed. Goed beschouwd was Jennifer een voorbeel­dig kind. Alleen die aftandse pop.... Maar vanaf morgen zou dat over zijn. Als Jennifer eens wist!

Het was een zeer geanimeerde avond geweest. Deirdre was er vooraf niet zo gerust op geweest, daar ze geen van de gasten ooit eerder had geïnviteerd, maar de avond was uitstekend verlopen.
   Nu nog die pop....
   Ze had Phil opgedragen de nieuwe pop in het poppewiegje te leggen als Jennifer sliep, zodat het een verrassing voor haar zou zijn als ze de volgende morgen wakker werd. Eigenlijk, ze moest het zichzelf bekennen, voelde het wel een beetje als verraad. Maar je zou zien, zo hield ze zich voor, als Jennifer eenmaal aan de nieuwe pop was gewend, zou ze dat oude vod snel vergeten.
   Phil was stilletjes Jennifers kamer binnengeslopen en had voorzichtig de oude pop uit het poppewiegje gehaald en er een luxe, levensechte pop in een jurkje van echte zijde voor in de plaats gelegd. En in een doos, die hij met de doorzichtige bovenkant duidelijk in het zicht gekanteld tegen het wiegje aanzette, bevond zich bovendien een hele poppenuitzet, met alle mogelijke kleertjes. De veelheid aan indrukken die Jennifer zou opdoen, moest haar het verdriet snel doen vergeten.
   Voordat hij de kamer verliet, bleef Phil nog even in de deuropening staan; Jennifer lag zorgeloos te slapen, met haar duim in haar ronde mondje.
   Op de gang nam Deirdre zonder een woord te zeggen de oude pop van hem over. Om redenen die ze zelf niet begreep, gooide ze de pop niet weg. In plaats daarvan, borg ze hem in een kast, achter een stapel winterkleren. Maar aan Phil vertelde ze daarvan niets.

Er klonk geen enkel geluid, de volgende morgen. Helemaal niets. Deirdre had woest geschreeuw verwacht, of een furieuze huilbui, of wellicht een combinatie van deze dingen. Maar er heerste stilte in Jennifers kamer.
   Ook in de eetkamer was het stil, alleen het geritsel van Phil's krant aan de ontbijttafel was te horen. Nerveus smeerde Deirdre een sneetje toost. Precies op het moment dat ze een krakende hap nam, stond Jennifer in de deuropening; Deirdre vergat te kauwen. Ondanks het feit dat ze op van alles was voorbereid, schrok ze. Jennifer zag er bleek en verwezen uit. Met grote holle ogen staarde ze voor zich uit.
   Phil draaide zich half om en zei zonder van zijn krant op te kijken: 'Dag lieverd, ben je blij met je nieuwe pop?' En zonder op antwoord te wachten, las hij verder.
   Jennifers blik richtte zich op Deirdre, ze zei niets.
   Deirdre dwong zichzelf weer te kauwen, ze sloeg haar ogen neer en veegde wat kruimeltjes van het tafelkleed. Toen ze haar blik weer opsloeg, was Jennifer uit de eetkamer verdwenen.

Na weken was de nieuwe pop nog niet één keer aangeraakt. Jennifer was zwijgzaam geworden. Ze was beleefd als altijd, vooral in het bijzijn van gasten, dat wel, maar het leek haast mechanisch te gaan. Haar eetlust was slecht en ze vermagerde zienderogen, dat was zelfs Phil opgevallen.
   Maar Deirdre gaf niet toe. Ze vond het hardvochtig van zichzelf, maar ze kon zich er niet toe zetten Jennifers zwijgend protest te belonen. Jennifer zou er vanzelf over­heen groeien en dan zou alles weer worden als vanouds. Alleen zonder die afschuwelijke pop natuurlijk.

Maar het werd niet meer als vanouds. Twee weken later stierf Jennifer, geheel onverwacht.
   's Avonds was ze vroeg naar bed gegaan. Ze was snel moe geweest, de laatste dagen, en ze had een droog, nerveus hoestje ontwikkeld. En Phil, die eindelijk begon in te zien dat er écht iets niet in orde was, had de huisarts gebeld om een afspraak te maken voor de volgende morgen. Dat de reden van Jennifers verslechterende gezondheid het verdriet om een oude pop kon zijn, drong niet tot hem door. Als hij het had begrepen, en als hij had geweten dat Deirdre de oude pop had bewaard, had hij van haar geëist dat ze die zou teruggeven. Maar hij wist het niet.
   Deirdre had diezelfde avond nog met de pop in haar handen gestaan, bijna bereid hem terug te geven, maar er was iets in haar, dat haar tegenhield. 'Het is onzin die pop de schuld te geven!' zei ze bij zichzelf. 'Morgen gaat ze naar de dokter; het zal een virus wezen of zoiets.' Met die gedachte legde ze de pop terug en sloot de kast.
   Het was Phil die de volgende morgen aan Jennifers bed stond om haar te wekken. Ze was nog nooit zo mooi geweest, maar Phil zag het direct: Jennifer zou nooit meer wakker worden.

De dag na Jennifers begrafenis die sober en in stilte was verlopen haalde Deirdre de pop uit de kast. Niet dat ze werkelijk geloofde dat de pop iets met Jennifers overlijden te maken had, de obductie had duidelijk uitgewezen dat Jennifer was overleden aan een verwaarloosde longontsteking maar toch.
   Ze was van plan het afschuwelijke ding te verbranden. Niet gewoon weggooien, maar verbranden. Wegwissen uit haar be­staan, om er nooit meer aan herinnerd te worden.
   Ze liep met de pop de grote tuin achter het huis in. Het was eind mei en het groen was op zijn mooist, er waren volop bloemen maar Deirdre zag het niet. En de wind ruiste zachtjes door nieuwe blaadjes en overal kwinkeleerden vogeltjes, maar Deirdre hoorde het niet. Ze liep met de pop stijf tegen zich aangedrukt naar de schuur om een schop te halen. Ze zou een diep gat graven, de pop daarin verbranden en de kuil dicht­gooien, en dan zou het voorbij zijn. Dan zou het allemaal voorbij zijn. Maar toen ze de pop even weg wilde leggen om haar handen vrij te hebben, zei de pop: 'Mama!'
   Ontzet staarde Deirdre naar de pop, die met starre oogjes terugkeek. Vol afschuw pakte ze hem op en smeet hem woest tegen de zijmuur van de schuur, waar hij, na een hol, bonzend geluid te hebben gemaakt, in de clematis bleef hangen.
   Deirdre rende terug het huis binnen.

In de maanden erna leek het leven langzaam maar zeker weer hetzelfde patroon te volgen als altijd: gala's en concerten bezoeken, diners organiseren, en vooral veel gasten ontvangen.
   Ondanks Phil's drukke zaken, was hij vriendelijk en voorkomend voor Deirdre, alleen leek hij wel eens verstrooid. Deirdre had zich na een maand van zichtbaar moedig gedragen rouw weer met ogenschijnlijke flair op het openbare leven gestort; ze ontving meer gasten dan ooit tevoren. Bovendien organiseerde ze verschillende liefdadigheidsdiners. Maar ze was magerder geworden en haar ogen hadden een koortige glans.
   Het was op een avond in augustus. Na het diner waren Deirdre en Phil met hun gasten naar de salon gegaan. Deirdre was de hele avond opvallend druk geweest, maar nu zat ze al een poosje stil te luisteren naar mevrouw Vandamme, de jonge vrouw van een Antwerpse bankier, die een trage monoloog hield over het voordeel van een kostschoolopvoeding. Juist toen mevrouw Vandamme begonnen was aan het belang van het internationale karakter van het internaat waar zij haar meisjesjaren had doorgebracht, schrok Deirdre plotseling op en riep: 'Stil eens!'
   Mevrouw Vandamme bleef met open mond middenin haar zin steken.
   'Hoor!' fluisterde Deirdre schor, en ze bracht haar hand in een luisterend gebaar naar haar oor. 'Horen jullie het niet?!' riep ze overstuur. 'Kindergehuil!... Jennifer! Ik hoor Jennie!'
   Ze vloog van de bank af: 'Het komt van búiten!' Gejaagd opende ze de tuindeuren en rende het gazon op. Het onthutste gezelschap wist niet beter te doen dan haar te volgen.
   De lome zomerwarmte hing nog over de grond, maar het werd al bijna donker.
   Phil probeerde zijn hevig geëmotioneerde vrouw te kalmeren: 'Liefje, het kán Jennifer niet zijn! Er huilt gewoon ergens een kind, wat geeft dat nou?'
   Maar Deirdre sloeg geen acht op zijn woorden. Zoekend rende ze dieper de tuin in, af en toe onzeker stilstaand om te luisteren. Bij de schuur bleef ze plotseling staan.
   Het gezelschap verzamelde zich om haar heen, wachtend op wat komen zou.
   Deirdre stond voor de woekerend clematis op de zijmuur en staarde naar iets wat zich op ooghoogte bevond. Bevend strekte ze er haar handen naar uit.
   Er was alleen nog maar een uitgestrekt armpje zichtbaar, en het helblonde, rafelige kopje, de oogjes wijd opengesperd. Een briesje wiegde de ingesnoerde pop zachtjes in de ranken van de klimplant en uit het roodgekleurde ronde poppemondje klonk het: 'Mama'....

 

***