| Mijn beste, De
benedenbuurvrouw was oud, maar evengoed was haar dood onverwacht. Het was haar dochter die
haar vond: ze zat verkrampt in bed, rechtop, met haar ogen wijdopen, alsof ze verbaasd
was. Dat zal ook wel, want aan niets was te merken geweest dat het haar tijd was. Maar
iedereen draagt de dood bij zich en vroeg of laat ben je aan de beurt, dat is een troost.
Geen enkel gevoel voor humor, dat mens, voortdurend kwaadspreken van iedereen, en al wat
zíj deed was welgedaan. En altijd die verdomde televisie te hard aan. 'Ik ben doof', zei
ze dan. Maar als 's nachts ons bed eens kraakte, kwam ze de volgende dag klagen. Ik heb 'r
nooit gemogen, dat kreng. Het verkeer in de straat reed gewoon door, alsof er niet
gestorven was, en dat was maar goed ook. Het kan niet lang duren of haar meubels worden
weggehaald, meubels die het is aan te zien dat jarenlange haat jegens de wereld zelfs aan
levenloze stof niet ongemerkt voorbij gaat. Het ga je goed, Je Marc |
Marc Boelens (Amsterdam 1956) studeerde Nederlands: literatuur, kunst & cultuur aan de
Hogeschool Holland in Diemen, vertaalde Lilian Peake's zinderende roman A sense of
belonging naar het Nederlands, is redacteur bij enkele internettijdschriften
(waaronder vanaf het begin bij De Gekooide Roos) en schrijft poëzie en korte verhalen. In
zijn vrije tijd doet hij onderzoek naar heksen in Nederland. |