Mijn beste,

 

Vanmiddag hebben Wilma en ik op de hei gewandeld. Aanvankelijk nog gestoord door het geluid van de A-50 die het gebied hier doorsnijdt, maar na een poosje gelopen te hebben, werd het rustiger, tot we alleen nog het hoge ge-‘kier-kier’ van een overvliegende roofvogel hoorden. Het ritselde van de muisjes, die mochten wel oppassen. Recht voor ons uit schoot een konijntje het pad over en dikke dongbietels wandelden in hun eigen wereld van plantenafval en mest. Alles vredig.

We hadden een uurtje gelopen toen we aan de bosrand een ven ontdekten, door de paarsbloeiende heide nauwelijks zichtbaar vanaf het pad. We waadden door de struikjes ernaartoe, in de hoop zonnebadende hagedissen en slangen te zien.

Het was maar een kleine kuil met water, nog geen twintig meter in doorsnee, en terwijl Wilma zich nog een weg door de heide ploegde, begon ik al speurend om het ven heen te lopen.

Juist toen Wilma de waterrand had bereikt, slaakte ze een kreet: “Pas op, achter je!”

Geschrokken draaide ik me om en stond oog in oog met een uit de bosrand gebroken boze, zwarte stier. Het beest zag eruit alsof het zojuist was losgelaten in de arena.

“Naar de bomen!”, riep Wilma. We holden naar de bosrand en verscholen ons achter een dikke eikenboom. Bibberend nam ik de camera uit de fototas. De stier paradeerde parmantig naar het water en keek snuivend om zich heen. Nog geen tel later kwamen er een koe en een kalfje achter hem aan. De stier bleef de omgeving in de gaten houden, terwijl zijn gezin hun dorst begon te lessen. Nooit geweten dat stieren zulke toegewijde vaders zijn.

Even later leek de vrede weergekeerd, maar ons zat de schrik flink in de benen. Na het nemen van enkele foto’s, slopen we tussen de bomen door in de richting van waar we gekomen waren. We keken voortdurend achterom, in de bange verwachting dat de stier ons achterna zou komen. Toen we weer de open hei over moesten, zetten we het op een lopen.

Na enige tijd kwamen we verroeste bierblikjes tegen en papieren snoepwikkels en andere beschavingskenmerken. Wat waren we opgelucht toen we het zoevende geluid van de A-50 weer hoorden! Volgende keer maar weer gewoon in het park wandelen.

 

Wees voorzichtig,

Je Marc