Heel in het kort
Oplettende lezertjes zullen al begrepen hebben, dat ik hier geen wezenlijke samenvatting
kan geven van de tekst; die zou te uitgebreid worden. Ik zal me dus moeten beperken tot
een korte opsomming van de behandelde punten:
- In hoofdstuk 1 heb ik dr. L.Pepplinkhuizens visie op heer Bommel als 'transitional
object' behandeld - heer Bommel als 'wegbereider' - en heb ik Rinus Ferdinandusses visie
op Tom Poes als knechtje van de tekenaar als opstapje gebruikt voor mijn visie op Tom
Poes' functie als 'sturende hand van de verteller'.
- In hoofdstuk 2 heb ik laten zien, dat heer Bommel en Tom Poes tot elkaar veroordeeld
zijn en dat dat bij heer Bommel soms tot grote spanning leidt; Tom Poes heeft geen (of in
ieder geval nauwelijks) eigenschappen en blijft vrijwel onbewogen door de meeste zaken;
Tom Poes is de pragmatische kant van de verteller en heeft als taak het verhaal in goede
banen te leiden.
- In hoofdstuk 3 zien we dat Tom Poes' taak niet beperkt blijft tot daadwerkelijke actie,
maar dat hij ook een morele taak, zelfs een opvoedkundige taak heeft: Tom Poes als de moeder-hoeder.
Maar als verzorger met 'moederlijke' eigenschappen, blijkt hij toch niet in staat heer
Bommel te geven wat deze zo ontbeert: warmte!
- Hoofdstuk 4 vertelt van Doddeltjes 'machtsovername' en van het einde van de
Bommel-strip. Heer Bommel trouwt met Doddeltje en krijgt de warmte die hij zocht. Voor Tom
Poes is geen ruimte meer; het duo is uiteen!
Aart van Zoest merkte op: 'Het werk van
Toonder heeft het kenmerk dat elk literair werk heeft: je kunt er aan interpreteren, maar
een definitieve interpretatie komt er niet.'
En hij zal wel gelijk hebben.
Marc Boelens