Bang

Gedichten komen uit een fles.
Maar het is niet de whisky, verstand
komt met de jaren,
als de buitenkant gebutst en oud
is als de binnenkant.

Maar evengoed een keel als fluweel, je drinkt
zachte dranken, die je kunt temmen
in je mond, zo zacht
dat ze gemoederen temmen.
Wie heeft een keel als fluweel en drinkt,
als ik, om niets.
Dronken wordt hij nooit, maar moe
en meer nog, misschien, bang.

Want ben jij nooit eens bang geweest
voor de grauwe aarde?
Of dat het hemeldek zich sluit?
Bang voor weidse pleinen, grote spinnen,
enge dromen, dat soort dingen?
Bang voor monsters, duivels, goden,
zwarte katten, zware katers?
Zoveel heb ik nog niet genoemd.
Bang voor bloed en oorlog.
Dat er niets is na de dood, of ervóór.
Bang voor de liefde en
dat het allemaal voorbij gaat.